
De voorkeuren van consumenten op het gebied van duurzaamheid ontwikkelen zich in rap tempo. Waar sommigen bereid zijn om meer te betalen voor duurzame producten en diensten, worden anderen steeds sceptischer door negatieve berichtgeving en verhalen over greenwashing. In deze blog onderzoekt Karen van Diesen, eigenaar van Tjeta, wat de gevolgen hiervan zijn en wat de impact is op bedrijven en merken.
Na ruim twaalf jaar ervaring te hebben opgedaan in innovatieadvies en kwalitatief onderzoek, heb ik vier jaar geleden Tjeta opgericht. Tjeta helpt organisaties om hun impactvolle en duurzame innovatie-ideeën snel en agile te testen. In al die jaren hebben we de voorkeuren van consumenten op het gebied van duurzaamheid steeds zien veranderen. Een jaar of tien geleden was er nog veel scepticisme als het ging om duurzaamheid. Ik weet nog goed hoeveel weerstand er was toen ik voor het eerst duurzame verf ging testen. Vragen als ‘Waarom zouden we groene verf gebruiken?’ en ‘Is de kwaliteit vergelijkbaar met traditionele verf?’ kwamen op. Mensen waren vooral gefocust op de prestaties en hadden twijfels over de kwaliteit. Naarmate de wereld meer gewend raakte aan groene initiatieven, werden ze positiever ontvangen. Duurzame varianten hadden zich wel bewezen. Inmiddels zie ik de scepsis weer toenemen en dat is vooral te wijten aan twee zaken.
Enerzijds is er veel berichtgeving over greenwashing en andere misstanden zogenaamd duurzame producten. Onze kennis groeit en wanneer ik nu een product test waarvan de fabrikant beweert dat het duurzaam is, merk ik dat lang niet iedereen het zo maar gelooft. De zogenaamde bullshit-radar van de gemiddelde consument staat scherp afgesteld. Het liefst zouden ze elke groene propositie grondig willen onderzoeken. Dat is natuurlijk onmogelijk. Daarom kiezen ze er vaak voor om van het negatieve uit te gaan, tenzij er sprake is van een sterk merkverhaal rondom duurzaamheid. Een goed voorbeeld hiervan is het outdoormerk Patagonia. Omdat het merk op zichzelf als betrouwbaar en duurzaam wordt beschouwd, hebben consumenten vertrouwen dat de individuele producten dat ook zijn.
Ten tweede zien we dat consumenten steeds vaker een gevoel van machteloosheid ervaren: ‘Ik kan in mijn eentje de klimaatverandering niet keren’. Tegelijkertijd zien ze dat er enorme subsidies naar grote bedrijven zoals Shell gaan. Slechts een klein deel daarvan wordt echt besteed aan het verduurzamen van de bedrijfsvoering. Tel daar de inflatie bij op. Je kunt wel heel graag duurzame boodschappen doen, maar als je weet dat bijvoorbeeld biologische muesli twee keer zo duur is als gewone, is dat maar voor weinig mensen haalbaar. Deze factoren zorgen ervoor dat mensen steeds vaker de verantwoordelijkheid voor het creëren van positieve impact bij grote bedrijven en de overheid leggen.
Het is van cruciaal belang dat bedrijven die verantwoordelijkheid nemen. Laat je – potentiële – klanten zien dat duurzaamheid geen holle belofte of marketingtrucje is, maar dat je je daadwerkelijk inzet voor een betere toekomst. Dit betekent dat je moet werken aan het opbouwen van een duurzaam imago op merkniveau. Het is niet meer voldoende om je enkel te richten op commerciële groei, maar consumenten verwachten dat je ook concrete duurzaamheids-KPI’s implementeert én nastreeft. Alleen zo kun je laten zien dat je oprecht en serieus bent in je inspanningen om een positieve impact te creëren.
Benieuwd hoe consumenten kijken naar duurzaamheid in jouw branche? In samenwerking met Bureau Fris kan ik je helpen met het verkrijgen van waardevolle inzichten. Stuur een mail naar stephanie@bureaufris.nl en ze neemt contact met je op.
Zie hier onze andere blogs.